Ze draait zich op haar zij, knipt het licht aan en kijkt naar de fluo cijfers op haar wekker. Haar benen laat ze van de bedrand glijden, ze zet zich recht en wrijft met de rug van haar hand over haar oog. Ze duwt zich recht en wandelt met een licht hoofd richting badkamer. De lichtschakelaar vindt ze zonder zoeken. Ze kijkt zichzelf een tijd lang aan in de spiegel. Geen verandering, denkt ze en zet zich op het toilet. De radio speelt vriendelijke muziek en dat vindt ze goed. Bij het drukken op de doorspoelknop, merkt ze de verkleuring van het waterreservoir op: beige geworden; dat redelijk afsteek tegen de spierwitte porseleinen toiletpot. Ik woon hier al veel te lang, zegt ze luidop, monotoon. Zestien jaar. Van 2000. Het was winter. Nu is het terug winter. Exact 16 jaar.

Het raampje van haar coupé staat open. Het metalen lawaai van de slepende wielen snijdt door de warme vochtige lucht. Ze heeft een boek op haar schoot gelegd, maar leest niet. Ze kijkt naar een man, in de weerspiegeling van het raam. Hij zit wat voorovergebogen, houdt zijn boek met twee handen vast. Af en toe drukt hij zijn bril terug op de juiste plaats. Zijn hoofd trekt lichtjes naar achter telkens wanneer hij zijn neus ophaalt. Ze zoekt het pakje papier zakdoekjes in haar jaszak, neemt er een uit en snuit haar neus. De man haalt opnieuw zijn neus op.

“Ja mam, alles ok. En met jou? Ben je die nu weer kwijt?! Je hoeveelste paar is dat nu al? Inderdaad, je zesde. Nooit wil je naar me luisteren. Hoe dikwijls heb ik je al gezegd dat je dat koordje moet gebruiken, zodat je je bril om je nek kan hangen! Ja, ik weet het mam, dat is enkel voor grootmoeders en dat ben je niet. Nee. Dat ben je niet. Luister mam, ik heb nog veel te doen vanavond. We zien elkaar morgen. Dan neem ik je mee naar de opticien. Ondertussen gebruik je dat oude paar maar, dan kan je nog wat…oh ja, een kapot glas. Nou ja, we zien morgen wel verder. Vraag anders aan Monique of ze geen reserve bril heeft liggen. Tot mo…”

Het water kookt. Ze laat de harde spaghettislierten er voorzichtig in glijden. De timer zet ze op 7 minuten, negeert de richtlijn die op het pakje staat: 5 minuten. Ondertussen roert ze in de pot met tomatensaus. De glazen bokaal waar de saus in zat, werpt ze in de vuilbak. Ze neemt een diep bord en zet het op het aanrecht. Ze doorbladert het magazine dat ze in haar brievenbus vond bij het thuiskomen. Er staan praktische tips in over hoe je je huis ‘gastvriendelijk’ kan of moet inrichten. Ze kijkt op de timer. Nog even. De rubriek ‘citytripping’ behandelt ‘Paris, la ville, l’amour’. Ze slaat de bladzijde ongeïnteresseerd om. De bel van de timer rinkelt. Ze opent de koudewaterkraan, neemt de pot van het vuur en leegt hem in het vergiet. Ze laat nog wat koud water over de spaghetti lopen.

“Elke morgen sta ik belachelijk lang voor de spiegel te zoeken naar iets wat er niet is. Nooit. En toch verander je, word je ouder. Je merkt het pas op wanneer je foto’s naast elkaar legt.” Ze neemt een slokje van haar glas witte wijn en zet het voorzichtig terug naast het potje met borrelnootjes. “Je ziet de tijd pas waneer hij allang voorbij is. Ik keek vroeger naar de handen van mijn groetmoeder en moest elke keer opnieuw denken aan verdroogde aarde, zoals je soms ziet in een of andere documentaire over de droogte in Afrika. Verdroogde aarde en olifanten vel. Van toen al houd ik mezelf in het oog.”

Ze schuift de gordijnen dicht, trekt haar kleren uit en glijdt onder de koude dekens. Ze blijft even stilliggen, draait dan haar hoofd naar haar wekker: 23h17. Ze twijfelt of ze nog wat zou lezen, besluit om het niet te doen, grijpt vervolgens naar de lichtschakelaar en knipt het licht uit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *